Reportage Nieuwe Grond: Solidariteits-top vr 9 sept

In de Raadzaal van het stadhuis van Amsterdam – waar eerder die dag nog een vergadering uitliep over de prangende kwestie van schroefwater – kwamen op de avond van 9 september mensen samen om zich solidair te verenigen tegen allerhande onwenselijke ontwikkelingen in de publieke sector. Er waren deze avond vele sprekers uit alle hoeken van deze publieke sector. Te veel om allen volledig tot hun recht te laten komen in dit verslag, ik filter er dus een aantal momenten uit die indruk op mijzelf gemaakt hebben.

Afhankelijkheidsverklaring van Rebekka de Wit
Theatermaker en schrijver Rebekka de Wit was de eerste spreker van de avond. In een verhalend essay lichtte zij zowel het belang als het verval van het begrip van afhankelijkheid toe. Afhankelijkheid is in haar ogen iets lelijks geworden. Zo noemt ze het voorbeeld van een moeder die zich op een barbecue genoodzaakt voelt zich te verontschuldigen voor hoe afhankelijk zij van haar kind is geworden. Onafhankelijkheid is daarentegen het streven, onafhankelijkheid is de bedoeling. Gezien onze van nature (genetisch) afhankelijke positie is het volgens de Wit echter van levensbelang om een complexere dimensie te geven aan het begrip van afhankelijkheid, een dimensie die verder gaat dan dat het zogenaamd niet de bedoeling zou zijn. Er is echter nog geen taal om afhankelijkheid in uit te drukken. De Wit vindt dat die taal gecreëerd moet worden. Een taal waarin niet alleen een verre mate van afhankelijkheid het functioneren van de mens in de weg staat, maar ook duidelijk wordt dat een verre mate in onafhankelijkheid het functioneren misschien nog wel meer in de weg staat. De hardnekkige verlamming die ontstaat door de verre mate van onafhankelijkheid en daarmee het uitsluiten van je eigen impact op de levens van anderen is haast onvermijdelijk vandaag de dag. Nog een voorbeeld: Op een diner-avond georganiseerd voor vluchtelingen bij Amsterdammers thuis, vraagt een radio-interviewer aan een vluchteling: “Geloof jij nou echt in dit soort initiatieven?” De toon van deze vraag is wat de Wit betreft tenenkrommend kenmerkend voor te veel mensen in de huidige globaliserende en individualiserende samenleving. De Wit stelt de vraag hoe een particulier geval dan wel de “echte” wereld zou kunnen affecteren. En waarom deze “echte” wereld alleen maar een klote-wereld zou kunnen zijn. Dit leidt namelijk tot een haast onmogelijke positie. Iedereen met een positieve of hoopvolle visie op de wereld wordt neergezet als dromer, als zijnde niet in de “echte” wereld. Iedereen met een wens voor een verbetering of een hoopvol ideaal is dus bij voorbaat naïef en onrealistisch. Wat blijft er dan te hopen? Waar kunnen we naar streven? En waarom lijkt de legitimering van een plan alleen aan de orde te zijn als het om een soort idealistische kwestie gaat? De Wit stelt heel terecht dat iemand je wanneer je naar het strand gaat nooit om een legitieme verantwoording vraag van of dat wel zin heeft. Waarom heeft een poging doen om iets te verbeteren zijn intrinsieke waarde verloren? Het hoopvolle en tegelijkertijd bittere slot vond ik te mooi om niet rechtstreeks te citeren. Het betreft een mogelijke reactie van de radio-interviewer op een afhankelijkheidsverklaring als deze van de Wit:
“[…] genoeg om stil te vallen. Genoeg om na te denken. Te denken dat praten wel degelijk het bezoedelen van lucht is, maar dat we ons wel samen in de lucht bewegen. En dat die lucht soms zo erg in beweging is, dat ie dingen kapotmaakt en soms zo stilvalt dat we wanneer we op zee zijn, onszelf kunnen zien in het spiegelgladde water, waarna we huilen omdat we iets missen. Waarna we jeuk krijgen en iemand op onze rug krabt op een plek waar we zelf niet bij kunnen.”

Ombudsman
Nadat Capella Amsterdam de raadzaal had gevuld met prachtige harmonische zang en Alexander Nieuwenhuis de avond inleidde, was het woord aan de ombudsman van de metropool Amsterdam, Arre Zuurmond. Hij gaf aan dat de enige reden dat hij daar stond was omdat de burgemeester er zelf helaas niet bij kon zijn. Misschien was dat echter alleen maar beter gezien de aard van de avond, en het feit dat de burgemeester onderdeel uitmaakt van het systeem waar al deze mensen in de raadzaal tegenin wilde gaan. Wat de ombudsman duidelijk maakte, is dat het efficiency-denken en de ver doorgetrokken bureaucratie niet alleen vakmensen in de publieke sector gek maakt. Veel burgers zijn er ook dagelijks de dupe van, en daarvoor komen ze dan bij de ombudsman aan de bel trekken. Hij schetste een aantal absurde situaties waarin de communicatie tussen gemeentelijke instanties en burgers niet geheel soepel verliep. Zoals een dame die aan de telefoon een zwangere vrouw mededeelde dat de wachttijd voor een opvang voor zwangere vrouwen helaas langer dan tien maanden bedroeg, of een weduwe die telefonisch te horen krijgt dat “u wel kunt zeggen dat uw man dood is, maar u begrijpt wel dat we dat niet zomaar aan kunnen nemen.” De ondoordachtheid van deze gemeentelijke instanties, waarbij de regels en richtlijnen zelf het doel van diezelfde regels en richtlijnen totaal ontstegen hebben, is schrijnend. Zuurmond beschrijft het als een rotonde zonder afslagen waar veel kwetsbare mensen helaas terechtkomen. Of het iets van specifiek deze tijd is, betwijfelt de ombudsman, maar dat doet er misschien wel niet toe. Ook een probleem van alle tijden is een probleem.

Publieke sector
Vervolgens zetelden mensen uit alle hoeken van de publieke sector zich in de banken van het college van b&w. Sprekers uit de sectoren van cultuur, zorg, defensie, onderwijs en justitie deden hun zegje over de problemen die ze ondervinden in hun dagelijkse praktijk. Iedere spreker heeft uiteraard belangrijke zaken aangestipt, maar het meest treffende was, dat het in feite in elke sector, hoe uiteenlopend ook, op precies dezelfde kwesties neerkwam. Te veel rendementsdenken, een onnodige overheersing van bureaucratie, een verlies van het intrinsieke doel voor ogen, namelijk: mensen verrassen, verzorgen, beschermen, onderwijzen, verdedigen en verrijken. Uit deze eenheid sprak uiteraard des te meer de behoefte aan een herzieningen van solidariteit die Alexander Nieuwenhuis eerder had aangekaart. Vanuit je eigen autonomie ervoor kiézen om solidair te zijn. Niet om die autonomie in gevaar te brengen, maar juist om de waarden waar je voor staat kracht bij te staan. Dichter Frank Keizer noemt het in zijn voorgedragen gedicht een nieuw soort autonomie, niet onafhankelijk van elkaar, maar onafhankelijk van marktmechanismen.

Als afsluiter van de avond werd dan ook de solidariteitsverklaring gepresenteerd (hierboven als bijlage ingevoegd), met de benoeming van de universele problemen, en tevens zeven waarden die de nodige kwaliteit en aandacht in het werk zouden kunnen waarborgen.

Hoewel deze waarden een positieve boodschap uitdragen, en hoewel het solidair zijn en het samenkomen met zijn allen een positieve beweging inluidt, kon ik het niet helpen erg somber naar huis te gaan. Zelf nog in het veilige bad van een universitaire opleiding dramaturgie – afgezien van dat er binnen de onderwijssector ook van alles mis is – en nog niet in de ‘echte’ wereld van de culturele/publieke sector, kon ik het niet laten om me af te vragen waar ik toch in ’s hemelsnaam aan begin. Tegelijkertijd voelde ik geen enkele twijfel om er toch aan te beginnen. Bewegingen als deze solidariteitstop en initiatieven als Nieuwe Grond kaarten, samen met bijvoorbeeld de State of the union van Wouter Hillaert, een kantelpunt aan, het begin van een transitie. Ik hoop, en hier is alle mogelijke inzet voor vereist, dat deze transitie niet een verdere bureaucratisering en overgave van de gevoelige zielen aan het neoliberale systeem inhoudt, maar inderdaad het toejuichen van deze zeven gepresenteerde waarden, en het terugbrengen van het goede in plaats van het efficiënte. Hoe dat precies zijn vorm gaat krijgen is wellicht nog niet duidelijk of zeker, maar het wél geloven in dit soort initiatieven brengt ons in elk geval verder dan passief achteroverleunen en klagen over hoe zwaar het is.

Door Belle de Wit