Reportage Nieuwe Grond: We apologize for not speaking up – do 8 sept

L’absent Images, een posterproject van kunstenares Sarah Vanhee

Op verschillende plaatsen in Amsterdam zijn ze te zien deze dagen; posters waarop in acht verschillende talen een publiek excuus wordt gemaakt aan vluchtelingen. “To all the refugees: We apoligize for not speaking up.” Verschillende culturele instellingen hebben de posters op hun buitenmuur geplakt, ze hangen op publieke poster plakplaatsen, containers en bij mensen thuis voor de ramen. Ook in Parijs, Brussel en andere Europese hoofdsteden zijn de posters verspreid.

Naar aanleiding van het L’absent Images posterproject organiseert Nieuwe Grond een gesprek in Veem House for Performance. Onder leiding van Chris Keulemans spreken kunstenares Sarah Vanhee (de bedenker van het project), Renée Frissen (Instituut voor Publieke Waarden en Open Embassy), Tamar de Waal (politiek filosoof) en Maral Noshad Sharifi (journalist en documentairemaker o.a. van de docu Lieve Buren) over de staat van de vluchtelingenproblematiek en zoeken ze antwoorden op de vraag: hoe nu verder? Het gesprek is een oproep tot actiefburgerschap.

Te lang is de Nederlandse burger aangesproken als consument, aldus Renée Frissen, de u-vraagt-wij-draaien mentaliteit van onze staat heeft burgers mak gemaakt. We zijn niet meer gewend ons politiek uit te spreken. Frissen zelf is duidelijk een regelbevestigende uitzondering: “Wie er in de zaal een plan of een wens heeft om vluchtelingen te helpen, kom straks even naar me toe, dan kunnen we dingen regelen.” Van passief burgerschap is bij haar duidelijk geen sprake. In plaats van praten over de situatie steekt ze liever haar handen uit de mouwen om eten en kleding te verzamelen. Maar, zo wordt ook opgemerkt, vaak is er meer behoefte aan vriendschap dan aan spullen. Dat vergt ook een mate van politiek burgerschap.
Met haar posterproject probeert Sarah Vanhee ook een zekere politieke druk uit te oefenen op de burger. De poster functioneert namelijk niet alleen als excuus of statement, maar ook als een politiek appèl . De eerste vraag die Chris Keulemans stelt aan de Vanhee was ook de eerste vraag die in mij opkwam toen ik de posters zag: who are ‘we’? Hoor ik daar ook bij? Hoewel deze groepsaanduiding misschien eerst generaliserend en onzorgvuldig overkomt is de werking slim. Dit is precies de juiste vraag: wie zijn wij? De Nederlandse burger? De Europeaan? De Westerling? Door de bewustwording van het ongrijpbare van een collectieve identiteit maakt deze “wij” vrijwel automatisch pas op de plaats: zoals er geen “wij” is, is er ook geen “zij”.

Het werk van Sarah Vanhee bestaat vaak uit interventies in de publieke ruimte. Een poster lijkt misschien wel een bescheiden vorm voor publieke interventie,“a bit old fashioned” merkt iemand uit de zaal op. Toch worden de poster gezien, verscheurd, doorgekrast (en soms weer door anderen hersteld). Het Veem kreeg zelfs het nadrukkelijke verzoek van het ernaast gevestigde restaurant om de posters te verwijderen omdat “mensen er vragen over stelden.” Dat gebeurt niet in de laatste plaats omdat de tekst in Arabisch letterschrift het grootst is afgedrukt op de posters. Vanhee intervenieert hiermee niet alleen in de publieke ruimte, maar ook in de publieke taal. “Sommige mensen zijn daar echt door geschokt,” verklaart ze, maar ze wil de mensen die hierheen vluchten aanspreken in de taal die zij verstaan.

Daarmee maakt Vanhee een groot gebaar. Ik weet niet wie “wij” zijn, ik weet niet wie “zij” zijn, we zijn vreemden van elkaar, en mijn blanke Hollandse buurman is niet minder vreemd voor mij dan welke vluchteling dan ook, alleen omdat hij mijn taal spreekt. L’absent Images is zodoende niet alleen een oproep tot ‘ons uitspreken’ maar ook een oproep elkaar te leren verstaan, een andere taal te gaan spreken. Vrienden te worden. Daar wordt een cultuur niet armer van, maar rijker. “It broadens the ‘we’”.

door Maarten Bos