Nieuws
1 t/m 11 september 2022 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Nominaties VSCD Toneelprijzen 2020 bekend

VSCD Toneelprijzen
De Nederlandse Toneeljury heeft in totaal 9 acteurs genomineerd. Voor de Theo d’Or, prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol, de Louis d’Or, prijs voor beste mannelijke hoofdrol, en voor de beste bijdragende rollen, de Colombina (vrouwelijke bijrol) en de Arlecchino (mannelijke bijrol).

Genomineerd voor de Theo d’Or (prijs voor de meest indrukwekkende vrouwelijke dragende rol):

Lotte Dunselman

voor haar rol in De Poolse bruid bij het Noord Nederlands Toneel en tgECHO

De Nederlandse Toneeljury: “In De Poolse bruid laat Lotte Dunselman haar personage langzaam ontdooien. Van een vrouw in totale verstarring transformeert ze tot een integer en sensitief personage dat een zeer breed scala aan emoties beleeft. Met haar uiterst precieze tekstbehandeling maakt Dunselman de muzikaliteit van de tekst hoorbaar en voelbaar. Ze vertelt, beleeft en onderzoekt haar woorden en schakelt rigoureus van toonaarden. Als haar personage langzaam maar zeker zachter en opener wordt, wordt ook de pijn van haar karakter steeds meer invoelbaar.”

Genomineerd voor de Louis d’Or (prijs voor de meest indrukwekkende mannelijke dragende rol):

René van ’t Hof
voor zijn rol in Eindspel bij Theater Rotterdam

De Nederlandse Toneeljury: “In Eindspel toont René van ’t Hof iemand die tegelijkertijd wil blijven en wil weggaan. Tegenover het ingeleefde spel van Hans Croiset zet René van ’t Hof een vervreemdende, fysieke theatertaal, waarbij het voortdurend diffuus is of hij heimelijk genoegen schept uit zijn repetitieve handelen, of dat hij genadeloos ten onder gaat aan de zinloosheid waarvan zijn bestaan omgeven is. In zijn beheerste vertolking doet Van ’t Hof bijna het onmogelijke: hij verenigt het onbedaarlijk komische en het onnoemlijk treurige met elkaar.”

Victor IJdens, Jesse Mensah, Felix Schellekens en Romijn Scholten
voor hun rol in Weg met Eddy Bellegueule bij Toneelschuur Producties

De Nederlandse Toneeljury: “Victor IJdens, Jesse Mensah, Felix Schellekens en Romijn Scholten knalden in Weg met Eddy Bellegueule van begin tot eind van de toneelvloer. Hun liefdevolle spel is wars van elke vorm van ijdelheid. Met bakken compassie schakelen ze voortdurend tussen de verschillende personages en scheppen zo een rijkgeschakeerd, meerlagig beeld van het milieu waarin Eddy is opgegroeid – dat hij verafschuwt maar waaraan hij zich tegelijkertijd altijd sterk verwant voelt. De grote kracht ligt hierbij uitdrukkelijk niet in de individuele acteerprestatie, maar juist in de onvoorwaardelijke onderlinge overgave. Zo nemen ze elkaar – en de zaal – onontkoombaar mee in alle pijn, verdriet en voorzichtige glimpjes van hoop.”

Genomineerd voor de Colombina (prijs voor de meest indrukwekkende vrouwelijke bijdragende rol):

Sanne Samina Hanssen
voor haar rol in Angels in America bij Olympique Dramatique en Toneelhuis

De Nederlandse Toneeljury: “In Angels in America maakt Sanne Samina Hanssen de waanzin van haar personage Harper volkomen inzichtelijk, ook wanneer die de werkelijkheid totaal uit het oog verliest. Ze schakelt daarbij niet alleen prachtig tussen illusie en realiteit, maar laveert ze ook voortdurend tussen hoop en wanhoop. Het is vooral bewonderenswaardig dat Hanssen van Harper geen deerniswekkend hoopje ellende maakt, maar juist een vrouw die vastbesloten de strijd aangaat met haar lot. Door haar trefzekere en krachtige vertolking sluit je Harper meteen in je hart en leef je van het begin tot het einde met haar mee.”

Genomineerd voor de Arlecchino (prijs voor meest indrukwekkende mannelijke bijdragende rol):

Louis van der Waal
voor zijn rol in Rijgen bij NTGent

De Nederlandse Toneeljury: “In de aantrekkelijke pretentieloosheid die hij bij zijn diverse rollen in Rijgen opzocht, toonde Louis van der Waal zich een uiterst kwetsbare speler. Met één blik richting zaal kan hij de toeschouwer aan het lachen krijgen, en tegelijkertijd het vermoeden van een groot verdriet invoelbaar maken. Hij brengt in zijn manier van spelen een spannende vervreemding aan, die uiterst fascinerend is om naar te kijken, zijn medespelers op een prettige manier ontregelt en de scène onverwacht van betekenis doet kantelen. Over de hele linie betrekt hij met zijn open, flirterige en terloopse spel de zaal voortdurend bij de voorstelling.”

Lukas Smolders
voor zijn rol in Angels in America bij Olympique Dramatique en Toneelhuis

De Nederlandse Toneeljury: “Lukas Smolders toont zich in Angels in America een acteur die het publiek verrast en meeneemt naar de meest uiteenlopende kanten van zijn personage. Hij kleurt tegen wat de tekst hem opdraagt en behoudt daarbij te allen tijde de geloofwaardigheid. Dat schept zowel afstand als betrokkenheid, wat het inzicht in de toestand van zijn personage versterkt en vergroot. Met zowel het grote gebaar als met de blik naar binnen gekeerd, geeft Smolders de voorstelling extra kleur, intensiteit en lucht.”


De Nederlandse Toneeljury 2019/2020 bestaat uit:

Hadassah de Boer (voorzitter), presentatrice | Rehana Ganga, programmamaker Het Nationale Theater | Sander Janssens, journalist NRC Handelsblad en Theaterkrant |Christiaan Mooij, programmeur De Meervaart | Fabian Pikula, programmeur Chassé Theater | Marijke Schaap, dramaturg | Saskia Tilanus, programmeur Stadsschouwburg Utrecht


Geen prijzen

De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD), de branchevereniging van de podia, reikt normaal gesproken jaarlijks een breed palet aan theaterprijzen uit. Deze prijzen gaan naar de meest indrukwekkende podiumprestaties in verschillende disciplines.
Dit jaar heeft de VSCD, in samenspraak met de jury’s en de festivals waar de prijzen worden uitgereikt, besloten om de prijzen niet uit te reiken. De uitreikingen worden uitgesteld naar volgend jaar, waarbij de jury’s per prijs de prestaties en voorstellingen over twee seizoenen zullen meenemen in hun afwegingen en keuzes. Het abrupte einde van het theaterseizoen maakt dat het voor de jury’s van toneel, dans, cabaret, jeugdtheatertheater, klassieke muziek en mime niet mogelijk is om een goede afweging en keuze voor prijswinnaars te maken. Veel voorstellingen zijn niet doorgegaan en het seizoen is onvolledig afgesloten. Gezelschappen en podiumkunstenaars die in dit seizoen niet kunnen optreden, als gevolg van de crisis, worden hierdoor tekort gedaan.


VSCD

De Theo d’Or en Louis d’Or en de Colombina en Arlecchino zijn de Toneelprijzen van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD). De VSCD is de belangrijkste belangenbehartiger van theaters en concertgebouwen. Podiumkunstenaars zijn het hart van theaters en concertgebouwen en dragen krachtig bij aan het kunstklimaat. Hun prestaties verdienen bijzondere aandacht en daarom eren de podia, verenigd in de VSCD, en partners uit de sector elk jaar de podiumkunstenaars door het uitreiken van prijzen in verschillende genres. De VSCD Toneelprijzen worden sinds 1955 uitgereikt.

De VSCD-toneelprijzen worden mogelijk gemaakt door de Podium Cadeaukaart, welke wordt uitgegeven door de Stichting Promotie Theater en Concertbezoek. De SPTC is onze trouwe en onvoorwaardelijk branche ondersteunende partner voor de VSCD-prijzen. Zij biedt als sponsor ook in 2021 de garantie dat de prijzen kunnen worden uitgereikt.

 

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury? – Rehana Ganga

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven. Vandaag aan Rehana Ganga.

door: Sabine van den Eynden

‘Programmeren voor de 70 procent.’

Als programmamaker bij Het Nationale Theater houdt Rehana Ganga zich bezig met de verbinding tussen de theaters en hun potentiële publiek. Sinds 2019 is zij lid van de Nederlandse Toneeljury die de beste voorstellingen selecteert voor het Nederlands Theaterfestival.

Hoe zou je jouw werk omschrijven?
“Ik programmeer en initieer. Ik zie wat er ontbreekt, maar wel thuishoort in het theater.”

En dat is?
“Nou kijk, een theater is als gebouw en als instelling eigendom van de stad. Dus het moet ten dienste staan van de stad en haar inwoners, al haar inwoners. Den Haag is een superdiverse stad maar de programmering van de Koninklijke Schouwburg en het Theater aan het Spui was in 2013 –  toen ik begon – gericht op zo’n 30 procent van de bewoners. Dat kan natuurlijk veel beter en ik beschouw het als mijn taak om daar verandering in aan te brengen. Want theater kan en moet bijdragen aan het emancipatieproces van die andere 70 procent, die overigens heel divers is. Het kan hen helpen hun stem te vinden en hun narratief te delen op een groot podium. En dat meerstemmige geluid is hard nodig in de meest gesegregeerde stad van Nederland. Anders leer je elkaars achtergronden of geschiedenis nooit kennen.”

‘1 juli moet dezelfde betekenis krijgen als 4 en 5 mei.’

Hoe ben je te werk gegaan?
“In de theaters van de stad vonden altijd al manifestaties, vieringen en herdenkingen plaats van verschillende verenigingen en stichtingen, zoals Ketikoti, Suikerfeest, Internationale Vrouwendag en de Dag van de Marrons. Van oudsher huurden die verenigingen theaterzalen, maar ze verdwenen uit het gesubsidieerde zalencircuit als gevolg van bezuinigingen en moesten dure zalen gaan huren om hun culturele manifestaties huisvesten.

Cees Debets, Wilma Heerings en ik hebben wat er al was, teruggehaald, het theater in. Maar wij willen meer. Wij willen toneel programmeren voor de hele stad. Daarom zoeken we voorstellingen die kunnen bijdragen aan specifieke thema’s, zoals dekolonisatie en vrouwenemancipatie. Daar komt publiek op af dat een afspiegeling is van de stad. Die mensen proberen we vast te houden met thematische abonnementenseries voor een gemengd publiek. Een van die series is Moksi Patu – Gemengd palet – met voorstellingen rondom het thema van zwarte emancipatie. Daarin zat ook Ondine, een superwitte voorstelling met een universeel thema: watergeesten. Zo’n animistisch thema komt in veel culturen voor en is voor veel mensen herkenbaar. Bij zo’n voorstelling zorgen we natuurlijk wel voor een inleiding vanuit het zwarte emancipatie perspectief.

Rond Ketikoti programmeren we een heel festival met voorstellingen, stadswandelingen en lezingen. 1 Juli moet dezelfde betekenis krijgen als 4 en 5 mei, want het verzet tegen de slavernij is net zo betekenisvol en belangrijk als het einde van de Tweede wereldoorlog.”

‘Mensen willen meer dan een wijntje na afloop van de voorstelling.’

Wat doe je verder?
“Nou, ik mag me overal tegenaan bemoeien. Ik heb me beziggehouden met het verhuurbeleid van de theaters zodat manifestaties die voorheen in de verhuur zaten, naar de programmering verhuisden en daar in een context werden geplaatst. Nu horen ze er gewoon bij. Ook ten aanzien van de publieksontvangst heb ik dingen kunnen veranderen: er is nu bijvoorbeeld halal voedsel te koop. Maar vooral heb ik geprobeerd de publiekservaring te verrijken. Mensen willen meer dan een wijntje na afloop van de voorstelling, ze willen elkaar ontmoeten. Daarom organiseer ik dineetjes voorafgaand aan de voorstelling met een inleiding en dialoog. Die avonden worden bezocht door groepen van honderd mensen die samen een afspiegeling van de stad vormen: zestig mensen met een niet-westerse culturele achtergrond die zich mengen met veertig witte theaterliefhebbers. Als zij na afloop van de voorstelling iets met elkaar gaan drinken, dan denk ik: het was geslaagd. Ze hebben plezier en kunnen zichzelf zijn, want ze voelen zich veilig. Dat is de perfecte garantie voor een herhalingsbezoek.”

‘Theater werpt je terug op je basis.’

Waar komt jouw belangstelling voor theater vandaan?
“Mijn ouders behoorden tot de Surinaamse middenklasse, hun vrienden waren schrijvers en theatermakers dus wij kregen altijd try-out kaartjes voor het Cultuurgebouw CCS in Paramaribo en dat was een een hele belevenis. Het publiek op de tribune leefde enorm mee en liet ook flink van zich horen. Ik heb wel eens meegemaakt dat een zanger knielde voor een romantisch duet. Het publiek – allemaal vrienden van hem – begon te joelen en te fluiten en toen werd hij zo kwaad dat hij de microfoon greep en zei: ‘Doe even serieus! Wij moeten hiermee op tournee!’

Op de middelbare school in Nederland kreeg ik een scholierenabonnement voor theater. Daarmee zag ik onder andere voorstellingen van het Zuidelijk Toneel. Daarna was mijn toneelperiode voorbij. Pas na mijn 30e vond ik dankzij mijn goede vriend Erwin Jans het theater terug. In de Schouwburg in Rotterdam zag ik Dogville – naar de film van Lars von Trier –  en die voorstelling raakte mijn grootste angst: chaos. Wat als je de regie over jezelf kwijtraakt ten gunste van de groep? Als alleen het recht van de sterkste geldt?  Toen voelde ik hoezeer theater je kan raken. Het werpt je terug op je basis: Wat is mens zijn? Hoe gaan we met elkaar om?”

‘Ben ik de excuusallochtoon?’

Wat was je doelstelling toen je begon als jurylid bij het Nederlands Theaterfestival?
“Had ik niet. Ik was best achterdochtig. Ik heb meteen gevraagd: ben ik de excuusallochtoon? Maar de reactie van het festival was goed: ze legden me uit dat ik zeker niet het eerste jurylid met een kleurtje ben. Er komen meer posities vrij, ze willen diverser worden en ja, ze moeten natuurlijk  ergens beginnen.”

‘Het neerzetten van het eigen narratief gebeurt tegenwoordig steeds vaker zonder consessies, zonder dat makers zich afvragen wat een witte recensent ervan zal vinden.’

Waar let je op als jurylid? Wat zijn voor jou belangrijke criteria?
“Theater moet maatschappelijk relevant zijn, zoals Orestes in Mosul. Die voorstelling verbindt een klassiek stuk uit de oudheid met actuele vraagstukken. Dat is hoe theater moet zijn. Het moet een bijdrage leveren aan mijn begrip van de wereld om mij heen.

Bij het programmeren van voorstellingen voor Het Nationale Theater draait het ook om de vraag: weerspiegelt dit stuk thema’s die nu leven? Dan is zeggingskracht het belangrijkste. Collega-programmeurs zeggen soms: ik vind deze voorstelling niet goed genoeg, dus die gaan we niet programmeren. Dan zeg ik: ik wil het wel plaatsen, want er is  behoefte aan dit verhaal, aan het gekleurde narratief – dat het andere publiek aanspreekt. Dat zijn lastige afwegingen.

Daarom ben ik blij dat Dear Winnie bij de selectie zit. Het uitgesproken, eigen narratief van de acteurs is goed verweven met het narratief de voorstelling. Ze versterken elkaar en creëren een beeld en een gevoel van een sisterhood; vrouwen die samen moeilijke situaties te boven komen. Het neerzetten van het eigen narratief gebeurt tegenwoordig steeds vaker zonder consessies, zonder dat makers zich afvragen of ‘iedereen’ het wel zal begrijpen en wat een witte recensent ervan zal vinden. En dat is en goede zaak. Zo komt er ruimte voor het tonen van andere leefwerelden.”

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury? – Fabian Pikula

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven. Vandaag: theaterprogrammeur Fabian Pikula.

door: Sabine van den Eynden

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Venster sluiten