Nieuws
1 t/m 11 september 2022 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wat, wie en waarom? Een gesprek met Erik Whien

16 juli 2021

fotografie: Willem de Kam
Fotografie: Willem de Kam

Gesprekken met theatermakers uit de juryselectie: Erik Whien over Sea Wall.

door: Sander Janssens

 ‘Wat Emmanuel in deze voorstelling doet, vergt moed.’

De monoloog Sea Wall slaat diepe wonden, maar blijft hoop en liefde vinden, schrijft de Nederlandse Toneeljury. De voorstelling werd geselecteerd als een van de beste theatervoorstellingen van het afgelopen theaterseizoen. Acteur Emmanuel Ohene Boafo werd bovendien genomineerd voor een Louis d’Or, de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol van het seizoen. Het stuk handelt over een succesvolle fotograaf die onverwacht geconfronteerd wordt met een enorme tragiek. ‘Een moedige, haast ondoenlijke poging die door merg en been gaat’, aldus de jury.

Regisseur Erik Whien liep al een paar jaar met het plan rond om deze tekst van de Britse toneelauteur Simon Stephens te ensceneren. ‘Ik weet nog dat de tranen over mijn wangen liepen toen ik het voor het eerst las. Dat had ik nog nooit eerder gehad bij het lezen van een stuk.’

‘Een moedige, haast ondoenlijke poging die door merg en been gaat.’

De tekst bleef lang op het bureaublad van zijn computer staan. ‘En toen kwam Het Nationale Theater in de eerste lockdown met de vraag welk stuk voor mij relevant was en tevens klein van opzet.’ Sea Wall werd onderdeel van het coronaproject Het Nationale Theater Speelt Altijd, een serie korte, sobere voorstellingen die in de coronatijd bij het Haagse gezelschap zijn gemaakt. Whien: ‘De vreemde omstandigheden van corona zorgden er ook voor dat heel veel dingen ineens wél konden: zoals een monoloog van veertig minuten in de schouwburgzaal maken.’

Die schouwburgzaal werd een wezenlijk element van de voorstelling. ‘Als je deze voorstelling in een intiem theater zet, ben ik er bijna zeker van dat de voorstelling een andere impact heeft. Je hebt de architectuur van die enorme ruimte nodig. De diepte en de hoogte van zo’n schouwburgzaal accentueren de leegte die voor dit stuk zo belangrijk is.’

Ze zijn dit project begonnen ‘met omtrekkende bewegingen’, legt hij uit. ‘Door eerst heel persoonlijke gesprekken over de thema’s te voeren en daarna pas heel gedetailleerd naar de tekst te kijken. Dat is altijd mijn werkwijze: ik wil wel weten wie ik als mens voor me heb, niet alleen wie iemand als acteur is.’

‘Ik wil wel weten wie ik als mens voor me heb, niet alleen wie iemand als acteur is.’

Als je in een repetitielokaal begint, zit je al snel in een werkmodus, vertelt Whien, maar vanwege corona begonnen ze het proces bij Whien thuis. ’Emmanuel en ik ontmoetten elkaar voor het eerst bij mij aan de keukentafel. Daardoor was er meteen een soort intimiteit, en vanuit daar hadden we gesprekken over rouw en onze eigen ervaringen daarmee.’ Ze hadden allebei meteen veel met de thema’s uit de tekst. ‘Emmanuel is heel gelovig, dat is zijn engagement met de voorstelling. Ik heb veel met rouw en verdriet, voor mij vertelt de voorstelling dat verhaal.’

Vanaf het eerste moment was het voor Whien duidelijk dat hij aan Emmanuel Ohene Boafo een bijzondere acteur had. ‘Toen Emmanuel de tekst voor het eerst voor ons speelde, zat ik met Lotte Goos, de kostuumontwerper, in het repetitielokaal ernaar te kijken en we waren allebei meteen helemaal omvergeblazen.’ Hij noemt hem een heel bijzondere acteur. ‘Die jongen laat zo bij zich naar binnen kijken. Hij is heel gevoelig en oprecht op de speelvloer, er is niets wat hij verhult. Wat hij doet, vergt moed.’

‘Die jongen laat zo bij zich naar binnen kijken. Hij is heel gevoelig en oprecht op de speelvloer, er is niets wat hij verhult.’

Vertrouwen is voor Whien de belangrijkste factor geweest in het repetitieproces. ‘Je moet vertrouwen op jezelf en de tekst.’ Dat hangt met elkaar samen, legt hij uit. ‘Die tekst is eigenlijk heel weerbarstig. Het is heel fragmentarisch, het personage springt voortdurend van de hak op de tak. Maar al die lijntjes worden op het eind glashelder: dan snap je het helemaal. Het is een tekst die je als het ware omsluit.’

De voorstelling begeeft zich volgens Whien op een dun lijntje. ‘Het is makkelijker om zo’n stuk te verpesten dan om het goed te doen. Je moet lef hebben en er niet zoveel aan toevoegen.’

Dat zijn sobere benadering een grote impact sorteerde, vond ook de Toneeljury, die Sea Wall ‘de ultieme ode aan de monoloog’ noemt. ‘Net als het personage dat hij speelt, heeft Boafo niets anders dan zichzelf en de woorden die hij uitspreekt om op terug te vallen. Een grote rol ligt er voor de eenvoudige maar zeer treffende belichting, die de toeschouwer van het kille Londen naar de Mediterrane zuidkust voert. Naarmate de voorstelling vordert, komt Boafo steeds meer in het licht te staan, waardoor de emotionele impact van de voorstelling vanzelf toeneemt’, schrijft de jury.

Ten slotte: je moet behalve jezelf en de tekst, ook de toeschouwer vertrouwen geven, volgens Whien. ‘Dan bedoel ik dat je vertrouwt op de zelfredzaamheid van de kijker. Je moet het stuk niet gaan uitleggen. Als je ze niets te doen geeft, komen toeschouwers nooit in de actieve modus. Dat is ook zo goed aan die tekst: er zitten in het begin veel gaten in, hij slaat heel veel over, waardoor je als publiek aan het werk moet. Dat werkt ook louterend: aan het eind heb je dan echt het gevoel dat je het zelf gedaan hebt.’

Sea Wall van Het Nationale Theater en Erik Whien is 7 september op het Nederlands Theater Festival te zien in Internationaal Theater Amsterdam.

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!