Programma
& Tickets
3 t/m 13 september 2020 — Amsterdam
Online
programma
Search

Wat, wie en waarom? Een gesprek met Jetse Batelaan

8 september 2020

Foto: Phile Deprez

Het dier, het dier en het beestje is een gezongen fabel over een doodgewoon meisje van acht. Sterre heeft het moeilijk in de klas van meester Octopus. Tegen de achtergrond van een felrealistisch diorama komt een leger hulpverleners opdraven om haar te helpen.

door: Sabine van den Eynden

‘Als je de norm niet volgt, gaat het systeem piepen.’

Waarom heb je dit verhaal gekozen?
‘Ik wilde een voorstelling maken over wat een gedoe het eigenlijk is om een mensenkind te zijn in deze tijd. Al die bureaucratie: leerlingvolgsystemen, het testen van kinderen. Hoe hebben wij onze maatschappij eigenlijk ingericht? De voorstelling laat zien hoe wij allemaal in systemen gevat zijn. En het probleem is natuurlijk: als je de norm niet volgt, gaat het systeem piepen. Dat bedoel ik niet als kritiek want ik weet ook niet hoe we het anders moeten doen. En ik kijk met veel empathie naar het systeem en de mensen die erin functioneren. Die hulpverleners zijn volkomen oprecht en willen echt kinderen helpen. Maar uiteindelijk gaat Sterre naar een andere school, die beter bij haar past. Dus je kunt stellen dat het systeem zegeviert. En hoe heeft het zover kunnen komen? Ik denk door de prestatiedruk waaronder wij allemaal leven. Dat is waar Sterre op stukloopt. Zodra ze voelt dat ze móet presteren, kapt ze ermee. Die druk om te presteren, hebben wij met elkaar gecreëerd. Om de een of andere reden kunnen we er niet onderuit komen en dat is jammer. Zeker voor jonge kinderen.’

De gierzwaluw komt nooit op de grond en dan ben je van een hoop mensengedoe af.’

Waarom heb je ervoor gekozen om de menselijke personages een dierlijke gedaante te geven? Sterre is een hond, de meester is een octopus.
‘Ik wilde een contrast creëren tussen het door mensen gebouwde systeem en de natuur. Het werkt op verschillende niveaus. Het eerste, meest zichtbare, is dat Sterre zoveel van dieren houdt dat het een vorm van escapisme wordt. Ze verlangt ernaar een gierzwaluw te zijn want de gierzwaluw komt nooit op de grond en dan ben je van een hoop mensengedoe af.

Maar de natuur is ook de antithese van onze drukke georganiseerde mensenwereld met sluitingstijden van supermarkten en dergelijke. Zelf kom ik graag op plekken waar geen mensen zijn. Als je wild kampeert in de natuur, word je teruggeworpen op een soort dierlijk bestaan. Doordat de dieren in dat felgekleurde grotdecor het realistische mensenverhaal vertellen, krijgt het gewone – een grote broer die de hele tijd met zijn telefoon bezig is – iets absurds. Er ontstaat vervreemding en ook een soort weemoed: zo leven wij. Waar zijn we mee bezig? Wat zijn wij voor een vreemde diersoort?’

Jetse Batelaan heeft in de afgelopen 20 jaar gebouwd aan een opzienbarend oeuvre van voorstellingen met een filosofische inslag en een absurd komische laag – zowel voor volwassenen als voor een jong publiek. Sinds 2013 is hij artistiek leider van Theater Artemis.

Heb je altijd al artistiek leider willen worden?
‘Hahaha! Nee, ik wilde dingen maken, in het theater. En dat wil ik nog steeds. Maar een aantal jaar geleden ontdekte ik waarom het leuk is om de rol van artistiek leider te hebben: je moet bereid zijn leiding te geven en daarom moet je nadenken over de koers van het gezelschap. Voor mij gaat het om het aangaan van een avontuur in verbondenheid. Als je met een vaste club voorstellingen maakt, kun je steeds beter definiëren wat je artistiek wilt en je wordt productioneel steeds slimmer, waardoor je meer kunt bereiken op artistiek gebied.’

Al die spannende experimenten, daar zijn ze in landen als Duitsland stikjaloers op.

Hoe zou jij de stand van zaken in de sector op dit moment beschrijven?
‘Ik ben bang dat we met het huidige subsidiebestel de kracht van het Nederlands theater ondermijnen. Er gaat steeds meer geld en zekerheid naar de grote gezelschappen. Theater Artemis bestaat ook van dat geld en dat is superfijn. Maar de kleinere gezelschappen en makers kunnen niet doorgroeien. En dat is een groot probleem, want jonge groepen en makers zijn uiteindelijk de creatieve bron van het Nederlands theater. Al decennialang. Daar wordt het talent ontwikkeld, daar worden de grenzen opgerekt van wat theater is. Al die spannende experimenten, daar zijn ze in landen als Duitsland stikjaloers op. Daar moeten we in blijven investeren.

‘Je kunt blijven verlangen naar oude zekerheden of je traint jezelf om flexibel om te gaan met onverwachte situaties.

Welke vorm van theater hebben kinderen nodig?
‘Bij Artemis maken we enge voorstellingen. We spelen met conventies en maken het publiek een beetje bang. Dat is belangrijk omdat theater een mooie beschermde plek is om te oefenen in het tegemoet treden van het onbekende. Kinderen, maar ook volwassenen, moeten leren hun weg te vinden in de wereld, grip te krijgen op het onbekende. Want het leven is chaotisch en de toekomst is onzeker. Dat komt door de corona-epidemie, maar er gaat nog veel meer veranderen. De dominantie van het westen is niet lang meer vol te houden. Dus kinderen van nu gaan een onvoorspelbare toekomst tegemoet. En dan kun je twee kanten op. Je kunt blijven verlangen naar oude zekerheden of je traint jezelf om flexibel om te gaan met onverwachte situaties. Daar zie ik een belangrijke rol voor de kunsten. Wij gaan niet mee in de beweging om kinderen af te schermen want het theater is een prachtige plek om te oefenen met het onbekende en het onverwachte.’

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!