Programma
& Tickets
1 t/m 11 september 2022 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury: #2: Sander Janssens

10 augustus 2022

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven.

 

door: An Cardoen

Toneeljurylid Sander Janssens is een professioneel theaterkijker. Hij recenseert en schrijft artikelen en nieuwsberichten voor Het Parool, Theaterkrant en zo nu en dan voor Theatermaker en Scènes. Vanaf september schrijft hij voor het NRC. Hij is ook eindredacteur van Theaterkrant en van tijd tot tijd te horen in hun podcastserie.

‘Een verdieping van het kijken.’

Voor Janssens was het theater niet zijn eerste liefde. Hij wilde schrijver worden. Na een korte uitstap naar een studie Journalistiek koos hij voor de opleiding Writing for Performance aan de HKU. Waarbij in eerste instantie het ‘writing’ hem meer aantrok dan de ‘performance’. Dat zou niet lang duren. 

Janssens: ‘Daarvoor ging ik bijna nooit naar het theater. Mijn ouders namen mij daar niet mee naar toe of zo. Maar ik schreef wel al mijn hele leven verhalen. Vandaar dat ik koos voor de opleiding toneelschrijven. Want dan kon ik schrijven. Natuurlijk is daar toen de vonk overgeslagen.’

Tijdens de opleiding besefte hij pas wat er qua taal allemaal kon op het toneel: ‘Ik herinner me nog dat ik in het eerste jaar Zog van Peer Wittenbols las en echt overdonderd was. Dit kon dus! Die combinatie van vleselijke rauwheid en poëzie, die zich voor je ogen afspeelt in het hier en nu, dat kan alleen op het toneel.’

‘Die combinatie van vleselijke rauwheid en poëzie, die zich voor je ogen afspeelt in het hier en nu, dat kan alleen op het toneel.’

Janssens kijkt bijna dagelijks toneel voor zijn beroep. Als Toneeljurylid – dat doet hij sinds 2017 – zit hij niet anders in de zaal. ‘Ik kijk op dezelfde manier als ik als recensent doe. Al let ik als jurylid wel extra op de acteerprestaties, omdat we ook nomineren voor de Toneelprijzen.’

En hoe kijkt de recensent?

Janssens: ‘Ik ben een fanatiek meeschrijver. Maar ik heb een heel slecht handschrift, een heel klein boekje en het is ook nog eens te donker in de theaterzaal, dus ik kan er na afloop meestal niets meer van ontcijferen. Dat maakt niet zoveel uit; de belangrijke zaken blijven toch wel hangen. Dat meeschrijven dient meer voor mijn kijk-concentratie, ik gebruik mijn aantekeningen eigenlijk nooit.’

De jury bestaat uit behoorlijk verschillende ‘kijkers’. 

Janssens: ‘Ja, daar zitten opzettelijk  mensen in met een heel verschillende blikrichting. Een recensent kijkt anders dan een theaterdirecteur of een programmeur. Toch raakten we het  verbazingwekkend goed eens over onze keuzes. Dat komt doordat je met elkaar in gesprek moet en je argumenten op een zinnige manier moet verwoorden. Dat is heel waardevol. Voor mij is het lidmaatschap van de Toneeljury een verdieping van het kijken.’

Natuurlijk zijn alle voor het festival geselecteerde voorstellingen favoriet van de Toneeljury in haar geheel, anders zouden ze niet zijn gekozen. Ik vraag Janssens of er bij die twaalf voorstellingen eentje zit die hem op de een of andere manier bijzonder heeft geraakt. Hij noemt De verse tijd van Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en Kuno Bakker (Dood Paard), over de ontmoeting tussen twee mannen, afkomstig uit hele verschillende werelden.

‘Ze laten je zien dat je elkaar niet per se hoeft te begrijpen om toch met elkaar te kunnen leven. Dat is een belangrijk verhaal om nu te vertellen. Het is misschien niet makkelijk, maar het moet: we moéten leren samenleven.’

Janssens: ‘Daarin zien we een serie ontmoetingen tussen een man uit Nederland en een man uit Irak, die elkaar proberen te begrijpen. Meestal komen ze er niet uit, maar wat bijzonder is: ze eindigen elke scène met een knuffel. Ze laten je zien dat je elkaar niet per se hoeft te begrijpen om toch met elkaar te kunnen leven. Dat is een belangrijk verhaal om nu te vertellen. Het is misschien niet makkelijk, maar het moet: we moéten leren samenleven. Ik werd hier echt door geraakt.’

Het kan haast niet anders, als je bijna al het theater in een seizoen ziet, dat er ook bepaalde trends zichtbaar worden.

Janssens: ‘Mij viel op dat de grens tussen theater in de grote zaal, in de kleine zaal en op locatie, dus buiten de theaterzaal, steeds diffuser en onbelangrijker wordt. Alles kan overal spelen en vooral het locatietheater floreert. Dat is van enorm hoog niveau en wat mij betreft het theater van de toekomst. Verhalen ontsproten aan een regio of een plek, die daar ook gespeeld worden.’

Wat zou het grootste gemis zijn in een wereld zonder theater?

Janssens: ‘Theater biedt je een blik op de wereld door de ogen van een kunstenaar. Die doet een voorstel, daagt je uit om je daartoe te verhouden, en brengt je mentaal in beweging. Dat vraagt een actieve rol van jou als toeschouwer, anders levert het je niets op. De theatermaker scherpt je ideeën over mensen en samenlevingen, en hoe je daar zelf in past. Dat is van cruciaal belang.’ 

‘De theatermaker scherpt je ideeën over mensen en samenlevingen, en hoe je daar zelf in past. Dat is van cruciaal belang.’ 

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!