Programma
& Tickets
5 t/m 15 september 2019 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury. #3: Christiaan Mooij

6 september 2019

© Anna van Kooij

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven.

‘Theater geeft de energie en de kracht die nodig is voor een vitale samenleving.’

Sinds zijn afstuderen aan de Regieopleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten is Christiaan Mooij actief als regisseur en artistiek adviseur. Bij Theater de Meervaart is hij als artistiek coördinator mede-verantwoordelijk voor het artistieke beleid. Sinds twee jaar is hij lid van de Nederlandse Toneeljury. Mooij: ‘Elke voorstelling zie ik als een dialoog met het publiek, de samenleving, de kunst, de geschiedenis en het nu. Uitzonderlijke voorstellingen zijn via liefde, vakmanschap en zeggingskracht met elkaar verbonden. Als jury zetten we deze voorstellingen en spelers extra in het licht. Ik hoop dat we zo velen aansporen om naar het theater te gaan.’

Wanneer sloeg bij hem de vonk over? Mooij had geen ouders die hem meenamen, hij heeft het theater op eigen houtje ontdekt.

 Christiaan Mooij: ‘Op de lagere school mochten we elke vrijdag voor de weekafsluiting een stukje maken. Daar ging ik volledig voor. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment een heleboel kinderen verzameld had en we tijdens de pauzes een hele circusvoorstelling in elkaar boksten. Die speelden we voor de hele school. Dat werd thuis wel gezien. Toen ik een jaar op twaalf was, regelde mijn opa dat ik mocht gaan kijken bij de toneelgroep in Apeldoorn, hoewel ik officieel nog een paar jaar te jong was om lid te worden. Ik ging langs, het klikte en ik mocht meedoen. Ik ben dus al spelend het theater ingerold.

Mooij is niet alleen als regisseur, maar ook als theaterdocent opgeleid. Daardoor, zegt hij, kan hij heel goed zijn eigen smaak uitschakelen. Dat doet hij dan ook als hij theater kijkt als jurylid. Met in het achterhoofd de gouden regel die hij van acteur/regisseur Peter Oosterhoek leerde: iets kan heel goed zijn, maar niet je smaak; of iets kan je smaak zijn, maar niet goed.

‘Iets kan heel goed zijn, maar niet je smaak; of iets kan je smaak zijn, maar niet goed.’

Mooij: ‘Daar moet je altijd scherp op zijn, iedere voorstelling opnieuw. Ik vind het leuk om mezelf daarin te trainen. Bij de Nederlandse Toneeljury zit je ook nog in een bijzondere situatie: je kiest voorstellingen, maar ook acteursprestaties. Een acteur kan heel goed zijn in een mindere voorstelling. Soms gun je de acteurs een beter stuk. En vice versa.

Het allerleukste aan de jury is dat je vakmatig met elkaar in gesprek gaat; die betrokken pleidooien over waarom een voorstelling wel of niet tot de beste behoort. We vragen altijd goed door. Je wordt je daardoor ook bewust van je eigen accenten.

De Toneeljury is een hele positieve ervaring. We maken nooit een negatieve keuze. We kiezen wat we mooi en goed vinden, wat er bovenuit steekt. Niet dat de rest slecht was, deze voorstellingen waren op dat moment juist iets beter en/of relevanter.’

Mooij staat, net als de andere juryleden, volledig achter de hele selectie. Toch stel ik die lastige vraag; of hij één voorstelling kan kiezen die hem op de een of andere manier bijzonder heeft geraakt. ‘Zo’n All Inclusive (van Julian Hetzel), die onze ethiek als kunstenaars en mensen ter discussie stelt, met geweldige acteerprestaties; die heeft me wel extra gegrepen.’

All Inclusive stelt de vragen bij kunstenaars die carrière maken met beelden van oorlogsgeweld. In de voorstelling bezoekt een groep toeristen, gespeeld door oorlogsvluchtelingen, een oorlogsexpositie. Niemand wordt gespaard in deze kritische voorstelling. Opvallend is dat Mooij aanvankelijk met lichte tegenzin naar deze voorstelling ging.

Mooij: ‘Ik had er téveel over gehoord, allemaal scherpe meningen. Maar het was een must-see, juist door die discussie. Dus ben ik er bewust goed voor gaan zitten en besloot me over te geven. Het was indrukwekkend, ik was zeer aangenaam verrast. Oók omdat Hetzel zichzelf als maker ter discussie stelt. Hij verschuilt zich niet achter de voorstelling, hij maakt zichzelf onderdeel van zijn kritiek.’

‘Wie dacht dat Trump denkbaar was’, reageert Mooij op de vraag of een wereld zonder theater denkbaar is. Goed punt. Gelukkig wordt het gevolgd door een gedreven pleidooi voor de noodzaak van theater. ‘Theater is zo veelomvattend, heeft zoveel aspecten, van vermaak tot essay. Mijn motto is dat je altijd moet streven om de wereld te begrijpen, ook al is dat onmogelijk en ben je dus bezig je eigen mislukking te organiseren. Maar in dat streven en mislukken doe je de grootste inzichten van je leven op. Niet in de mislukking, maar in die pogingen, zit de energie en de kracht die nodig is voor een vitale samenleving.

Het theater is daarvoor het laboratorium. Waar je dat samen beleeft en ervaringen deelt. Geen snelle soundbites, niet hersenloos consumeren. Want als maker neem je de toeschouwer serieus. Je geeft hem iets, maar vraagt ook iets van hem. Theater doet wat met je hoofd en met je gevoel. En binnen een voorafbepaalde tijdspanne en ruimte kan het ook ontregelen. Maar je doet het altijd samen: de makers met elkaar, maar ook de makers met het publiek, en het publiek onderling. Positiviteit en generositeit, dat is wat we van het theater krijgen.’

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!