Programma
& Tickets
5 t/m 15 september 2019 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury. #4: Marijke Schaap

4 september 2019

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven.

door: An Cardoen

‘Theater duikt op waar het nodig is.’

Marijke Schaap geeft les op verschillende bacheloropleidingen van de Academie voor Theater en Dans van de AHK en is stafdocent van de master DAS Creative Producing. Daarnaast is ze sinds 2017 zakelijk leider van De Tekstsmederij, een platform voor talentontwikkeling voor toneelschrijvers. Eerder was ze programmeur en programmamaker bij het Compagnietheater, waar ze zich richtte op jong talent. De rode draad in haar werk: ruimte bieden voor jonge theaterprofessionals aan het begin van hun carrière.

Wanneer begon het voor haarzelf? Hoe kwam ze terecht in de wereld van het theater, bij welke voorstelling sloeg de vonk over?

Marijke Schaap: ‘Het was niet één bepaalde voorstelling of moment. Als kind heb ik negen jaar amateurtoneel gespeeld. Voor mij was dat er het eerst: samen creëren. Ik vond het een wonder hoe je in korte tijd samen een nieuwe realiteit weet te scheppen. Met die ervaring, het samen toneelspelen, is het begonnen.

Desondanks heb ik nooit de ambitie gehad om toneelspeler te worden. Ik weet nog goed dat ik op mijn zestiende bedacht dat ik iets wilde gaan doen met én theater, én kinderen, én organiseren. En dat ik, als ik realistisch was, daar minstens één optie van zou moeten laten vallen. Dat werden de kinderen, die zou ik dan wel in mijn privéleven nemen, besloot mijn 16-jarige ik toen. Tijdens mijn studie Theaterwetenschap viel ik serieus voor het theater. En iets doen met theater én organiseren bleek uitstekend te combineren.’

‘Ik vond het een wonder hoe je in korte tijd samen een nieuwe realiteit weet te scheppen.’

Zoals alle leden van de Nederlandse Toneeljury, ziet Schaap heel veel theater vanuit haar professionele rollen. Kijkt ze als jurylid anders naar voorstellingen? Schaap zegt dat ze altijd al een onderscheid maakte tussen kijken als professional (actiever) of als ‘gewone’ bezoeker (dan mag je iets meer achterover leunen).

Schaap: ‘Wat ik als jurylid wel steeds bewust in mijn achterhoofd moest houden, was dat ik ook moest kijken naar specifieke acteursprestaties, omdat we ook acteurs nomineerden voor de Toneelprijzen. Op die manier keek ik voorheen eigenlijk minder specifiek naar een voorstelling.

Als je veel ziet, dan vervliegt er ook veel met de tijd. Maar deze keer moest ik de voorstellingen wel onthouden. Daarom vatte ik elke voorstelling na afloop in een paar zinnen samen. Door dat zo op papier te zetten, zijn ze veel meer verankerd in mijn geheugen en blijven ze veel langer hangen; het verhaal, maar ook de ziel en de tone-of-voice van een voorstelling.’

Ook heel interessant van het zetelen in een jury, zegt Schaap, zijn de vele discussies waar je je argumenten goed moet verwoorden: ‘Je mag met bevlogen collega’s op het scherpst van de snede van gedachten wisselen over theater. We deden dat wel altijd op een constructieve manier. Het is heel leuk om je zo te laten overtuigen door een gepassioneerd pleidooi en andersom je collega’s te kunnen overtuigen. Ook omdat we allemaal flexibele kijkers zijn: we proberen met open blik de voorstelling in te gaan, te kijken wat de voorstelling ons geeft, en daarop te reflecteren.’

‘Het is heel leuk om je zo te laten overtuigen door een gepassioneerd pleidooi en andersom je collega’s te kunnen overtuigen.’

Als jurylid zag Schaap zowat het volledige aanbod, waar een paar duidelijke rode draden doorheen liepen.

Schaap: ‘Inclusiviteit is eindelijk een belangrijk onderwerp en dat is terug te zien op de podia. Er is eindelijk beweging zichtbaar waar het een meer inclusieve praktijk betreft. Maar ik merk nog steeds een verkramping in hoe we daarover praten. Over hoe we denken dat dit thema vorm moet krijgen. Gelukkig is er minder verkramping zichtbaar in de uiteindelijke voorstellingen die volgens beleidstermen in het hokje ‘inclusief’ vallen. Die bouwen gewoon op eigen kracht en betekenis.

En er is veel in beweging buiten de (grote) zaal. Het lijkt alsof we met zijn allen onderzoeken hoeveel kanten je met een idee uit kunt, hoe creatief je kunt zijn, hoe je je verhoudt ten opzichte van het publiek. Ik vind dat een hele noodzakelijke en boeiende ontwikkeling. Het geeft me hoop voor de toekomst!’

Gevraagd naar haar persoonlijke favoriet onder de favorieten van de Toneeljury, een voorstelling die haar op een bijzondere manier heeft geraakt, noemt Schaap Permanent Destruction – The SK Concert van Naomi Velissariou, een rauw theaterconcert gebaseerd op de gitzwarte teksten van Sarah Kane – een toneelschrijfster die op zeer jonge leeftijd zelfmoord pleegde. De voorstelling zit in de juryselectie, maar kon niet worden hernomen tijdens het festival.

‘Je krijgt een bak ellende in je gezicht’, zegt Schaap, ‘maar het is zo bijzonder, zo vernuftig en slim in elkaar gezet. Dit stuk draait eigenlijk op de ervaring van de toeschouwer. Terwijl je daar staat te dansen, dat kan, want het is een concert, wordt een beroep gedaan op je emotionele, mentale en fysieke flexibiliteit. Met grof geweld worden de depressieve teksten van Kane je lijf in gepompt. Als toeschouwer word je tot mede-creator gemaakt. Zonder toeschouwers is er in dit geval geen beleving, zelfs geen vorm. Hier komen vorm en betekenis op zeldzaam geslaagde wijze samen.’

Het is logisch, maar ook hoopgevend dat geen enkel lid van de Toneeljury zich een wereld zonder theater kan voorstellen (en dat ze er allemaal goede argumenten voor hebben). Schaap spreekt met een rotsvast geloof in de kracht van kunst.

Schaap: ‘Ik kan me over allerlei zaken opwinden, zoals werkomstandigheden en beleid, maar niet over de vraag of het theater ooit kapot gaat. Ik heb er een groot vertrouwen in dat de wereld dat niet laat gebeuren. Kunst beweegt zich onder een samenleving en komt op bepaalde plaatsen aan de oppervlakte. De manier waarop wij het produceren, die kan veranderen, maar ik geloof dat theater zich altijd manifesteert in de gaten van de samenleving. Het duikt daar op, waar het nodig is.’

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!