Programma
& Tickets
5 t/m 15 september 2019 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wie is wie van de Nederlandse Toneeljury. #7: Anneke van der Linden

11 september 2019

© Anna van Kooij

De Nederlandse Toneeljury: ieder jaar selecteert zij de tien (of elf, of twaalf) beste voorstellingen van het theaterseizoen. Geen sinecure, want er wordt in de Lage Landen fantastisch theater gemaakt. Toch lukt het ieder jaar. En krijgt de Toneeljury steevast lof, verbazing en kritiek over zich heen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? We vroegen het hen alle zeven.

door: An Cardoen

‘Ik heb ook wel een beetje de kijkziekte.’

Anneke van der Linden is programmeur van De Nieuwe Vorst in Tilburg, een intiem, klein theater met een programmering van grote kwaliteit. Ze werkte eerder bij onder andere De Verkadefabriek, WATT Rotterdam en De Balie. Ze studeerde Theaterwetenschap in Utrecht.

Haar ouders waren geen theatermensen, maar als middelbare scholier bedacht Van der Linden zelf dat ze wel vaker naar de schouwburg wilde. Ze nam het scholierenabonnement, liet zich ’s avonds door haar vader afzetten voor het theater en na afloop van de voorstelling weer ophalen. Op de school waar ze zat, werd gelukkig veel aan toneel gedaan. Daar kwam Van der Linden al snel aan de productiekant van de voorstellingen terecht. In de derde klas regisseerde ze de voorstellingen van de brugklassers. Die ervaringen, het regisseren op school en het zien van vele voorstellingen in de schouwburg, waren bepalend voor haar verdere loopbaan. En leven, want een programmeur wóónt toch zo’n beetje in het theater.

Van der Linden: ‘Ik wist eind middelbare school al zeker dat ik Theaterwetenschap ging studeren. Vaak heb je, als je dan zo intensief theater gaat bestuderen, een kantelmoment. Je gaat opeens heel veel zien, leert kritisch kijken en moet voorbij aan enkel ‘het mooie’. Dat is niet altijd makkelijk. Mijn moment was een voorstelling van RAZ, van choreograaf Hans Tuerlings, het enfant terrible van de Nederlandse dans. Ik zat in de zaal en kon alleen maar denken: WTF. Ik snapte er helemaal niets van. Dan kun je twee dingen doen: of je haakt af, of je gaat doorvragen en een nieuwe wereld ontdekken. Ik koos voor het tweede, ging me verdiepen en Tuerlings intensief volgen. En werd een groot liefhebber van hedendaagse dans.’

‘Ik zat in de zaal en kon alleen maar denken: WTF. Ik snapte er helemaal niets van. Dan kun je twee dingen doen: of je haakt af, of je gaat doorvragen en een nieuwe wereld ontdekken.’

Als jurylid, zegt Van der Linden, ziet ze andere voorstellingen dan als programmeur. Ze moet wel haar innerlijke programmeur even ‘uitzetten’. Dat gaat vanzelf, zegt ze, uiteindelijk kijk je toch ook altijd als mens. Van der Linden: ‘Ik denk niet dat ik anders kan, ook niet voor mijn werk. De dag dat dát niet meer lukt, stop ik ermee. Ik heb ook wel een beetje de kijkziekte.  Ik zie enorm veel, en de liefde voor theater is nog steeds even groot. Ik kan nog geraakt worden. Het grootste verschil met mijn werk als programmeur is, dat je als jurylid iedere voorstelling op zichzelf beoordeelt, even helemaal los van bijvoorbeeld de plek in het veld of de artistieke ontwikkeling in de loopbaan van de maker.’

De Toneeljury maakte een opvallende selectie, met veel jonge makers, makers bovendien die zich niet zo bezig houden met de grenzen tussen genres of tussen grote zaal, kleine zaal en locatietheater. Hoe ging dat achter de schermen?

Van der Linden: ‘Soms waren we het verbazingwekkend eens, even vaak ernstig oneens. We sloten daarin geen compromissen, maar als een voorstelling belangrijk genoeg was voor een van de anderen, dan kwam die in de selectie. Ik denk dat ieder van ons achter de gehele selectie staat, omdat we weten waaróm iemand de voorstelling zo belangwekkend vond. Sommige voorstellingen zijn unaniem gekozen.

Welke? dat is het geheim van de jury (lacht).’

Gevraagd naar de voorstelling die haar in het bijzonder heeft geraakt, binnen die selectie, kan Van der Linden bijna niet kiezen. Ze laat ze allemaal de revue passeren met stuk voor stuk een razend enthousiast verhaal. Om toch één eruit te lichten, gaan we voor Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or. De voorstellingen tijdens het festival waren in een mum van tijd uitverkocht. ‘Of excelleren in je superindividuele eentje het uitgelezen instrument is om je definitief te onderscheiden van de massa moet hier nog even in het midden blijven. Maar dat het heerlijk theater oplevert is alvast een feit’, schreef de Volkskrant.

Van der Linden: ‘Wat heel mooi in de voorstelling is versleuteld, is de veiligheid van het collectief versus het individuele excelleren. Ze hebben dat tot in de finesses uitgewerkt. Verschillende generaties staan tegenover elkaar op het podium. Een groep jonge acteurs cijfert zich volledig weg, tegenover de eenling, de ervaren acteur die probeert te schitteren. Alleen al hoe Vincent Rietveld begint, met een monoloog uit De Wereldverbeteraar, want zijn onderzoek heeft uitgewezen dat je daarmee de grootste kans maakt op de Louis d’Or. Maar hoe hij ook zijn best doet: het is héél saai. Heel leuk! Het koor van jonge acteurs stelt gaandeweg in vraag wat Vincent doet. Zo gaat de voorstelling fijntjes over tot maatschappijkritiek. Alles komt voorbij, tot en met het basisinkomen, de zorg voor elkaar. Maar tegelijk blijft de tegenvraag hangen: als niemand zijn kop meer boven het maaiveld durft te steken, wat blijft er dan nog over?

De Warme Winkel heeft een hele mooie vorm gevonden (theater over theater) om het stiekem te hebben over iets anders (onze samenleving).’

Tijdens het zien van al die voorstellingen, als programmeur en als jurylid, viel Van der Linden iets op: ‘Jonge mensen zijn met lef theater aan het maken. Ze durven hele grote thema’s aan. Ze hebben iets te zeggen. Bijvoorbeeld All Inclusive, waarin Julian Hetzel niet alleen de oorlog, maar ook de moraal van westerse kunstenaars in vraag stelt; of Het verhaal van het verhaal van Jetse Batelaan: alle ouders in de zaal vragen zich af waar ze in godsnaam naar zitten te kijken. Voor de kinderen geen probleem, die doen gewoon mee. Ik denk ook dat veel van de nieuwe artistiek leiders van grote gezelschappen jonger en gekker zijn en hun eigen koers durven volgen.’

‘Jonge mensen zijn met lef theater aan het maken. Ze durven hele grote thema’s aan. Ze hebben iets te zeggen.’

Theater gaat eigenlijk altijd over ons mensen, onze wereld. Van der Linden kan en wil zich geen wereld zonder theater voorstellen. ‘Dat gaan we nooit doen. Theater is de plek waar we tijd, ruimte en concentratie delen. Daar houden we niet mee op, het wordt eerder een nieuwe waarde. Het is de enige plek die nog over is waar we onze mobiele telefoon uitzetten! Je beleeft er samen iets, ook al ken je er niemand. Je vindt elkaar in het donker. Dat is uniek. Ik geloof dat het een noodzaak is die altijd zal blijven. Zelfs als je kunst kijkt of leest in je woonkamer, ben je toch alleen. Nú is bij uitstek het moment voor jonge mensen om naar het theater te gaan. Ze moeten alleen nog even ontdekken wat een geweldige ervaring het is.’

Sluiten

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!