Nieuws
7 t/m 17 september 2023 — Amsterdam
NTF
Pro
Search

Wie is wie… van de Toneeljury? Abdelkader Benali

1 april 2021

Foto: Eric Kampherbeek

Abdelkader Benali: ‘We hebben een nieuwe blauwdruk nodig voor de toekomst, theater speelt daarin een belangrijke rol’

Ieder jaar selecteert De Nederlandse Toneeljury de beste voorstellingen van het theaterseizoen. Wie zit er eigenlijk in de Toneeljury? En wat is voor hen de noodzaak van theater? Voor auteur en theatermaker Abdelkader Benali, sinds seizoen 2022-2023 juryvoorzitter van de Nederlandse Toneeljury, is theater bij uitstek een plek voor reflectie en activisme. Theater kan voor hem een wezenlijke rol spelen in maatschappelijke pijnpunten. ‘Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de makers, en dat is goed.’

De theatervonk sloeg al over in de kleuterklas, toen Abdelkader Benali (1975) werd meegenomen naar Theater Zuidplein in Rotterdam. Het was zijn eerste ‘black box-ervaring’, vertelt hij enthousiast. ‘Eerst met de tram en de metro naar die zaal, en toen werd het donker en kwamen er allemaal dansers op. En toen een enorme foto van een man met een zwart balkje voor zijn ogen: een misdadiger. Ik voelde vervreemding en verwarring. Je vergeet bijna je hele leven, maar dit is me altijd bijgebleven.’

Theater bleef hem fascineren. Op de basisschool speelde hij graag Urbanus na tijdens de weekafsluitingen. Aan het eind van de basisschool zag hij een registratie van Shakespeares Het temmen van de feeks en was hij definitief verknocht. ‘Wat me aansprak was dat het over de slechte kant van de mens ging. Ineens ontdekte ik wat theater kan toevoegen aan het leven: het kan een andere blik bieden op de mens.’

Op de middelbare school bleef hij aan schooltoneel doen, al verlegde hij zijn focus steeds meer naar het literaire parcours. Hij schreef bijvoorbeeld stukken waar hij dan zelf in speelde. In 1996 debuteerde hij als prozaschrijver met Bruiloft aan zee en schreef sindsdien bijna dertig boeken. Maar hij bleef ook met zijn literaire werk veel optreden. ‘Voordragen heb ik altijd meer verbeeldend dan verhalend gedaan.’

Het theater bleef hem trekken. In 2017 speelde hij, samen met harpiste Lavinia Meijer, in Brief aan mijn dochter. Later volgde onder meer Kalief van Nederland (2019) en Moeder en zoon (2022). Ook maakte hij enkele bewerkingen, zoals Jasser (2001) en een jongerenbewerking van Hamlet, die onlangs, na drie jaar corona-uitstel, alsnog in première ging bij de Toneelmakerij. Sinds dit seizoen is hij voorzitter van de Nederlandse Toneeljury: hij heeft geen stem in de uiteindelijke selectie, maar leidt het gesprek in goede banen.

Wanneer is iets voor jou een goede voorstelling?
‘Als maker ben ik tevreden als ik na afloop in de foyer kom, en mensen zijn en petit comité nog aan het napraten. Dan gaat het niet meer over mij als theatermaker of over mijn voorstelling, maar om wat er bij de toeschouwer teweeg is gebracht. Een goede voorstelling is als opdrogende verf: na afloop werkt het nog door. Als een voorstelling echt iets met je doet, heb je naderhand even tijd nodig om in die foyer, dicht bij die plek waar het vuur heeft gebrand, iets te doen met de gloei die het heeft veroorzaakt. Pas daarna kan je het meenemen naar buiten, de wereld in.’

Wanneer zag jijzelf voor het eerst een voorstelling die dat gevoel in je losmaakte?
‘Een van de voorstellingen die me het meest is bijgebleven is Hamlet van De Trust uit 1997, met Jacob Derwig in de titelrol. Die voorstelling liet me iets over mezelf zien wat ik tot daarvoor nog niet gezien had. Ik liep naderhand als een opgeladen batterij over de Oudezijds Voorburgwal terug naar het station en voelde: ik ben net naar Hamlet geweest, maar eigenlijk ben ik thuisgekomen in mezelf.’

Wat leerde Hamlet jou dan over jezelf?
‘Het was enerzijds herkenning, maar meer nog een bepaalde energie: die van de twijfelende, rusteloze puber, wiens twijfel en onrust werden erkend als voorwaarde om tot ontwikkeling te komen, in plaats van het af te wijzen, te willen onderdrukken of te controleren. Dat heeft me enorm geholpen om de existentiële twijfel in mezelf te omarmen. Zo’n voorstelling heeft me echt een gunst bewezen.’

Hoe ervaar je het juryvoorzitterschap tot dusver?
‘Ik heb vaker jury’s voorgezeten, maar dit is wel de meest opwindende. Het veld is zo breed en de jury heeft de ambitie – of eigenlijk de obsessie – om álles in dat veld te zien. Dat maakt de dynamiek van onze gesprekken onvergelijkbaar met andere jury’s: we praten over eenakters, solo’s, repertoiretoneel, spoken word. We moeten voortdurend schakelen.

‘We willen een jury zijn die als zendmast fungeert voor nieuwe stemmen en ontwikkelingen in het theaterlandschap, en de juryleden willen zich zo goed mogelijk kwijten van hun rol als ontvangers. Soms is dat voor hen ook frustrerend: het is onmogelijk dat iedereen alles ziet. Mijn rol als juryvoorzitter is daarin bijzonder: aan mij de taak om het gesprek in goede banen te leiden, te relativeren, overzicht te houden.’

Welke nieuwe stemmen en ontwikkelingen nemen jullie als Toneeljury waar?
‘De grens tussen experimenteel theater en repertoiretoneel vervaagt. Er is minder onderscheid tussen grotezaaltoneel en vlakkevloertheater. Mainstreamacteurs en jonge makers staan vaker samen op de vloer, in hybride vormen. Theatermakers houden zich bezig met actuele vraagstukken omtrent etniciteit, slavernij of lhtbiq+. De thema’s van de straat, van wat er zich in de samenleving afspeelt, worden expliciet geagendeerd, nieuw publiek wordt daardoor actief aangesproken.

‘Ik zie mijn eigen idealisme daarin terug: willen we de kunsten vooruithelpen, moeten we die ontschotting doorzetten. Ik vind dat makers de ruimte moeten krijgen om radicale keuzes te mogen maken.’

Gaat dat ook resulteren in een radicale juryselectie?
‘Dat kan bijna niet anders. De samenstelling van de jury speelt daar ook in mee: dit jaar zit daar bijvoorbeeld een vormgever en een theaterauteur in, naast theaterdirecteuren, dramaturgen en programmeurs. We gaan voorbij aan text-based theater, maar kijken wat makers doen met dans, licht, muziek, spoken word. Je ziet dat alle groepen die bijdragen aan een theaterbeleving, hun plek opeisen in het debat, en wij hebben het daarover in onze jurygesprekken.

‘Spannende tijden dus, om in de jury te zitten. Er wordt echt iets van ons verwacht en dat mag ook. Bijvoorbeeld als het gaat om de genderverdeling van de toneelprijzen, dat is een doorlopend gesprek in de jury.

‘Theater is bij uitstek een kunstvorm die wil aanzetten tot reflectie en activisme. We leven in tijden waarin dat activisme weer meer boven komt drijven: lichamelijkheid, onderdrukking, sabotage, terreur, geweld, Extinction Rebellion, de boerenopstanden, onze relatie tot de natuur: het komt in theater allemaal in een pressure cooker terecht.’

Het zijn goede tijden voor het theater, kortom?
‘Zeker, en vooral voor jonge makers. We hebben weer een blauwdruk nodig voor de toekomst, niemand weet het en de nieuwe makers mogen en moeten daarin het voortouw nemen. Dat is een grote verantwoordelijkheid en dat is goed, want dat ben je meteen af van het vanzelfsprekende en staat de boel op scherp.’

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Venster sluiten